Toon foto's

Recent onderzoek naar hoe mensen surfen en zoeken op internet, is niet hoopgevend: we dwalen wat af met z’n allen in de digitale wereld. Voor volwassenen blijkt het al moeilijk om in die enorme cyberbulk aan informatie te vinden wat ze nodig hebben en om te zien wat deugt en wat niet, laat staan voor kinderen. Wie leert hen dat eigenlijk?

Justine Pardoen (Ouders Online en Mijn Kind Online) houdt een pleidooi voor lessen in digitale ‘leesvaardigheid’, voor alle kinderen.

Al in ons boek ‘Mijn Kind Online’ schreven we dat we bij de gevaren van internet voor kinderen niet alleen moeten denken aan virussen, porno, geweld, pesten, schelden, vereenzaming en kinderlokkers, maar ook aan het probleem dat het steeds moeilijker wordt om te oordelen over de betrouwbaarheid van informatie. We benoemden het als een risico, want iemand die niet kan nagaan of iets klopt, is gemakkelijk beïnvloedbaar en blijft onwetend.
 
We dachten toen nog dat het simpelweg een kwestie van tijd zou zijn: over een paar jaar zouden scholen hun lessen hebben aangepast en zullen kinderen al op de basisschool leren hoe ze zich moeten oriënteren op het internet, zodat ze kunnen vinden wat ze nodig hebben, en gevonden informatie kunnen filteren op relevantie en betrouwbaarheid.
 
Steeds pessimistischer
Maar ik word steeds pessimistischer en dat komt vooral omdat ik er vrijwel niemand over hoor. Hier en daar is er een docent die zijn klas iets iets vertelt over het gebruik internetbronnen, maar ik maak het vaak mee dat Generatie Einstein-leerlingen van 14 of 15 jaar hele vraagzinnen met vraagteken en al intikken in Google. Als ik dat wel eens vertel, blijft de reactie vaak steken in een gegêneerd gegniffel, waardoor ik ben gaan vrezen dat veel volwassenen het niet veel beter doen.
 
En dat blijkt nu steeds duidelijker uit onderzoek: niet alleen kinderen zijn onhandige informatiezoekers op internet, veel volwassenen zijn dat ook. Ze doen maar wat, en meestal gaat dat nog goed ook: komt Google wel met iets op de proppen en anders krijg je een suggestie voor een andere spelling en lukt het alsnog. Maar verder dan de eerste drie of vijf zoekresultaten wordt niet gekeken (dat heeft Google zelf onderzocht) en aan een controle of de informatie klopt en afkomstig is van een goede bron, komt men vaak niet toe. Bovendien raken mensen tijdens het uitvoeren van een zoekopdracht regelmatig de weg kwijt.
 
Oog voor andere zaken
Als het om veilig internet gaat, heeft onze overheid oog voor andere zaken. Het ministerie van Jeugd en Gezin ziet vooral de risico’s van compulsief internetgebruik en het in aanraking komen met ongewenste informatie. In het beleid noemt het ministerie dan ook alleen het beschermen van jongeren tegen schadelijke inhoud en misbruik via internet. Een ander risico
– dat van de privacy – is inmiddels opgepakt door het ministerie van Justitie, met een veiligheidscampagne die deze zomer is gestart. Dat zijn allemaal belangrijke acties, daar niet van. Maar ondertussen groeit de digitale ongeletterdheid stilaan zonder dat iemand zich daar druk over maken.
 
Voor optimisme is geen reden meer. Onderzoek onder kinderen én volwassenen zou ons moeten alarmeren: de meeste mensen, oud én jong, blijken zulke beperkte digitale vaardigheden te hebben, dat ze eigenlijk niet echt in staat zijn het tempo bij te benen waarin de informatiemaatschappij zich ontwikkelt. Want ook al is het vooruitgang dat iedereen altijd en overal kan beschikken over de nodige informatie, het is geen vooruitgang als een leerling in het voortgezet onderwijs niet doorheeft dat hij voor een werkstuk over de Tweede Wereldoorlog informatie vergaart op een website van een groepering die Hitler vereert.
 
Begrijpend surfen
Het gaat hier om basale vaardigheden, die nodig zijn om kennis te vergaren en door te geven in een complexe samenleving. Vroeger ging alfabetisering om leren lezen en schrijven, van links naar rechts en van boven naar beneden. Gevolgd door lessen ‘begrijpend lezen’. Maar digitale geletterdheid gaat over het lezen van de tekens in de digitale wereld, en die zijn niet lineair: je moet kunnen werken met meer schermen tegelijk, omgaan met hyperlinks, menu’s en invulschermen, effectief kunnen zoeken, informatie selecteren en beoordelen, iets opslaan en bewaren op de juiste plek (van een pdf-brochure bijvoorbeeld), en navigeren zonder de weg kwijt te raken... De meeste mensen, vooral ook jonge mensen, hebben onvoldoende vaardigheid in ‘begrijpend surfen’. Op school zouden ze dit moeten leren, hoe eerder hoe beter, en hoe lager de opleiding, hoe belangrijker het is.
 
 
Bronnen:
 
Justine Pardoen en Remco Pijpers, ‘Mijn kind online’ (SWP, 2005, 2e dr. 2006).
 
Jeugd en Gezin, Nota ‘Onze Jeugd van Tegenwoordig’ (juni 2009). (hier downloaden)
 
Ministerie van Justitie, campagne Veiliginternetten.nl. Zie ook: www.postbus51.nl.
 
Stichting Mijn Kind Online, ‘Klik en klaar – een onderzoek naar surfgedrag van kinderen’,  (hier downloaden)
 
Alexander van Deursen en Jan van Dijk, ‘Using the Internet: Skill Related Problems in Users' Online Behavior’. Zie: www.alexandervandeursen.nl
 
Hoe digivaardig bent uzelf? Doe de test op www.dqtest.nl/
 
[Dit artikel verscheen eerder in het augustusnummer van Pedagogiek in Praktijk, in de rubriek Generatie M van Justine Pardoen]
 
Lokatie: thuis / Internet op school / Wat moet je als school met internet
Gepubliceerd: ma 07 sep 2009 · Laatst gewijzigd: do 17 sep 2009

MKO Forum

Beste Justine en Remco,

Ik ben hier voor de volle 100% mee eens! Ik deel deze gedachte met jullie. Het
is zeker een groot probleem, mede omdat veel docenten en andere volwassenen de
vaardigheid ook niet altijd hebben. Juist over dit onderwerp, de digitale
geletterdheid heb ik mijn scriptie geschreven voor mijn bacheloropleiding en heb
ik voor mijn master mediapedagogiek aandacht besteed aan dit onderwerp bij de
ontwikkeling van een medialeerlijn op een vo-school.

Toch wil ik niet zeggen dat het een probleem van deze tijd is. Vroeger geloofde
men ook alles blindelings wat de krant schreef, de tv en de radio uitzond. (Zie
de film van "Me the Media") Ook nu nog steeds. Ook die informatie valt moeilijker
na te gaan en is men makkelijk beïnvloedbaar. Kijk maar naar de propaganda in de
Tweede Wereldoorlog en het boek "Het zijn net mensen" spreekt hier ook over. Het
voornaamste verschil is dat er tegenwoordig zoveel meer en tegenstrijdige
informatie te vinden is. Maar wie zegt dat de gevestigde media-orde die in handen
is van maar een paar mensen altijd betrouwbaar is? Juist door de crisis bij de
dagbladen stel ik die vraag nu nog harder. Daar moeten wij ons ook op richten,
niet alleen maar het internet waar iedereen iets kan zeggen. De democratisering
van de media heeft gevaren (die je nu noemt), maar ook veel kansen.

Naast dat deel ik de gedachte met jullie. Hoe kunnen we dit nu beter onder de
aandacht brengen in het onderwijs? Vanuit de media-hoek is de site Lifehacking.nl
al een tijd bezig over het omgaan met oa de grote cyberbulk aan informatie en
middelen. Ik weet dat ze geïnteresseerd zijn voor een brug met het onderwijs.
Misschien een idee om dergelijke partijen eens bij elkaar te brengen over dit
probleem?

Groeten,

Jeroen Gerth

Gepost op woensdag 9 september 2009
met interesse het artikel gelezen.

om kinderen te leren zoeken en webinformatie beter te leren beoordelen hebben
wij de datbedoelik.nl ontwikkeld: een nieuwe, reclamevrije zoekmachine voor het
basisonderwijs. geen commercie!
wij hopen van harte dat we met de lancering van deze website (vanaf vandaag
9-9-09 online) een bijdrage leveren aan de verbetering van zoekvaardigheden op
het internet van kinderen in het basisonderwijs.
jong geleerd is ... oud gedaan :)

Gepost op woensdag 9 september 2009
hoe kom je achter het wachtwoord als ze het weer veranderd heeft,en al die fotos
ed nog de vidioclips dei ze maken ik vindt het echt te ver gaan hiermee afz
sylvana

Gepost op dinsdag 8 september 2009

Mijn Kind Online en onze bezoekers stellen je mening op prijs. Deze wordt hier direct gepubliceerd.

Contact
E-mailadres
Mijn reactie

Extra


Trefwoorden